De comeback van Marcel de Groot

De comeback van Marcel de Groot Foto: Raymond van Olphen

Marcel de Groot, bekend als zoon van... (Boudewijn) en zijn eigen succesnummer Mag ik naar je kijken, speelde de laatste jaren vooral in dienst van anderen. Nu is het tijd om zelf de held te zijn in zijn nieuwe show. Hij vertelt erover in een interview.

Marcel de Groot speelde vorig seizoen voor het eerst in vijftien jaar weer een soloprogramma: ‘#Held’. Na een lange tijd waarin hij zich vooral dienstbaar opstelde als gitarist voor anderen, was het hoog tijd om zijn eigen liedjes weer over het voetlicht te brengen. Met collega-gitarist Cor Mutsers trok De Groot door het land, het programma werd uitstekend ontvangen. Inmiddels zijn de liedjes uit de show in de studio opgenomen voor een nieuwe cd en de tournee wordt verlengd. Op 23 februari komen Marcel en Cor naar theater 't Onderdak in Sassenheim.  

Je programma heet ‘#Held’. Verklaar de titel eens?

“De liedjes vertellen het verhaal van een jonge vijftiger die op zoek gaat naar iets wat hij nog denkt te missen. Zo sta ik in het leven. Ik heb al veel moois gevonden, maar zolang ik speel blijf ik verder zoeken. De hashtag heb ik er voor gezet, omdat ik dacht dat de voorstelling makkelijker vindbaar zou worden op de sociale media.” Marcel de Groot lacht. “Een misrekening, want wie in de week waarin we in première gingen op Twitter zocht naar ‘#Held’, vond alleen Max Verstappen.”

Je hebt een grote reputatie als begeleider, bij wijlen Maarten van Roozendaal, bij je vader Boudewijn. Wat vind je fijner: in dienst spelen van anderen of je eigen werk brengen?

“Ik heb met groot plezier vijftien jaar lang anderen begeleid. Maar het ging toch erg jeuken om weer eens midvoor te staan. Dat voelt nu weer als mijn plek. Het is fijn dat het vliegwiel van liedjes schrijven opnieuw draait. En dat mensen het mooi vinden. Ik heb mooie reacties gekregen op het programma.”
 

Wie zijn jouw grote inspiratiebronnen als muzikant en liedjesschrijver?

“Oei… Dat zijn er zo veel. Het begon met The Beatles, daar kwamen al snel Eric Clapton en Freddie King bij. Door The Beatles ben ik altijd een liefhebber gebleven van een mooi gecomponeerd liedje. Wat betreft teksten ben ik sterk beïnvloed door Lennaert Nijgh en Maarten van Roozendaal. Dat zijn grote voorbeelden.”
 

Jullie leggen de laatste hand aan de cd met liedjes uit de voorstelling. Ben je tevreden over de plaat?

“Jazeker! We hebben hem opgenomen in de nieuwe studio van The Analogues, de band die tot in de details het werk van The Beatles covert. Daar staat prachtige vintage apparatuur. We namen op met fijne, oude microfoons en dat ging allemaal door een analoge mengtafel. We hebben alles spontaan en vrijwel ‘live’ ingespeeld en gezongen. Daardoor klinkt het warm en intiem. Ik breng de plaat overigens in eigen beheer uit. Het nut van een platenmaatschappij is geminimaliseerd. Er wordt veel geëist en verlangd van de artiest en daar staat bitter weinig tegenover. Je kunt het beter zelf doen.”

Wie op jouw Facebookpagina kijkt, ontwaart algauw een grote liefde voor gitaren. Ben je een verzamelaar?  

“Dat mag je wel zeggen, ik bezit er ruim twintig. Al ben ik niet iemand die stad en land afreist op zoek naar dat ene exemplaar. Mijn favoriete gitaar is nog altijd mijn eerste: een Fender Stratocaster, die ik voor duizend gulden kocht in een winkeltje dat allang niet meer bestaat. Op deze tournee gaat echter een andere favoriet mee, een elektrische gitaar gebouwd door Eugen Wulff uit Haarlem, bekend van het tv-programma ‘De nieuwe Stradivarius’. Er zijn maar twee exemplaren van deze gitaar, de andere heeft Nico Dijkshoorn.”

Jullie optreden is dus niet puur akoestisch?

“In opvatting wel. Twee mannen met gitaren en microfoons ervoor. Voor de variatie en de klankkleur pak ik dan af en toe de elektrische. Maar ik ga niet raggen, hoor!”

Interview door José Cutileiro 


Reacties